Home

"Snibbetje".


"Ut is vor ekanger...Ze dragen om beurten ut keend..." Deze zin had Bert bij de geboorteaankondiging van z'n dochter gezet.
Het Is de laatste zin uit het boek "Snibbetje". Thuis al helemaal stuk gelezen (ook door broers en zussen), later weer gekocht in het "Urker museum". ...
Wat is er zo bijzonder aan dit boek?
Eerst een korte beschrijving van de inhoud:
Een Urker meisje groeit op in een vissersgezin. Gerrlt, de "visserman" is getrouwd met Marretje, een weduwe.
Lumme is de dochter van haar eerste man; Albertje, oftewel "Snibbetje", zoals ze genoemd wordt, de dochter van Gerrit en haar.
Snibbetje beleeft haar jeugd "op" Urk, en gaat - zoals zoveel Urker meisjes in die dagen (voor de 2e wereldoorlog, omstreeks 1930?) 'aan de wal" werken.
Daar ontmoet ze een "vreemde snuut", met wie ze een avontuurtje beleeft. Ze raakt van hem in verwachting, maar trouwen willen ze eigenlijk niet.
Ze zijn te vreemd voor elkaar. Ze sluiten dan toch een huwelijk voor een jaar, om het kind "een naam te geven".
In dat jaar groeien ze toch naar elkaar toe, en het boek eindigt met de passage, dat Snibbetje en haar man samen terug naar Urk gaan, met de boot (uiteraard).
Marretje en Lumme gluren achter de gordijntjes en Lumme zegt: "Ut is vor ekanger,...etc.".

Als ik tot zover gekomen was, moest ik altijd iets wegslikken (en nog, na plm. 40 jaar (!) toen ik het voorlas aan Aaldert! Zoiets wordt een reflex, geloof ik!).
Helemaal meegeleefd met de temperamentvolle Snibbetje (ik moest altijd aan Mama denken), de goedhartige, vredelievende Gerrit, de zakelijke, nuchtere
Marretje met haar winkeltje (hierin herkende Ik de beschrijving van Bessien Rika's winkel), de stroeve Lumme als het oudere zusje met het gouden hart.
De beschrijving van Urk, als toen nog ge´soleerd eiland, de gang van Snibbetje met haar bakkersmand vol "bol" door de "ginkies",
de (grote) huishoudens waar ze kwam.

De Urker humor en de gastvrijheid, maar ook het wantrouwen tegenover de "vrŔŔmde snuuten", de Urker taal, het was me allemaal zo bekend en vertrouwd, door de verhalen van Mama,
en de vele vakanties die ik op Urk doorbracht.

Sommige zinnen en passages uit "Snibbetje" ken ik nog uit het hoofd, b.v.:
-- Snibbetje moet nieuwe klompen passen, een hele uitgave in die tijd! Na lang passen en treuzelen zegt Lumme: "Disse gele, Snibbetje, en varders gien gemauw!".
    Zo herkenbaar voor mij, opgevoed door mijn oudere zus Gery!

-- Snibbetje zit met haar vriendje in de kerk, en er wordt een luis doodgedrukt net op de psalm over " 't gedierte des velds";

-- Snibbetje moet een buiging maken voor de meester, bij het aanbieden van een cadeau, maar ze heeft net "kapkool" gegeten en haar "middelde" zit in de weg ( een soort korset).

-- De "Pienkstergasten", die elk jaar met de boot aankomen...

-- De wijze lessen van Bessien, als Snibbetje weer eens in haar drift van huis is weggelopen.... (Mama ging ook altijd naar "Bessien Agien").

-- En nog een: Snibbetje kijkt naar de zonsondergang en zegt; "M'n mimme zegt altoos dat warken gelokkig makt, en daor boven woent toch ut gelok? - Zou je daor dan altoos moeten warken?"

Ik kan nog veel meer voorbeelden aandragen, maar jullie moeten dit boek zelf lezen! Je mag het van me lenen, maar... ik wil het wel terug! Het is geschreven door A. Olofsen-Korf,
uitgegeven door "Stichting Urker Uitgaven", en toen ik het op Urk kocht, zo'n 10 jaar geleden) was het aan z'n derde druk toe. Ik ga dit stukje eindigen met een gedeelte uit de laatste pagina
(Snibbetje en haar man komen voor het eerst samen "thuis", d.w.z op Urk...): Marretje: "Zet de stoelen recht vor ut bedschot, Lumme, in zou je ok gien koffie zetten? Je wieten hoe vrŔŔmden binnen.
Ze niemen alles op durlui afterste kiezen. Ik wil niet, dat ie op oens
neerkiekt. Koemen ze nou nog niet? Die Snibbetje is zo'n nukkekop!"
Zenuwachtig en bazig is Mimme's stem weer. Lumme gaat aan de deur staan en tuurt door het nauwe straatje. Alleen haar ogen verraden de spanning. Dan heft ze blij het hoofd op en zij draait zich snel om
.
Marretjes gezicht verheldert, als Lumme glunderend om de hoek kijkt en met een stem, die hees is van aandoening, fluistert: "Ut is vor ekanger.....ze dragen om beurten ut keend!"

Bregje.


# A. Olofsen-Korf
Snibbetje, Stichting Urker Uitgaven - Urk, 1995.
Dit boek is de derde (en nu ge´llustreerde) druk van de succesvolle roman, die het boeiende leven beschrijft van een meisje op het eiland Urk, dat opgroeit tijdens de afsluiting van de Zuiderzee. Vader kan geen afstand doen van zijn schuit. Moeder steekt al haar energie in de kleine kruidenierswinkel. Snibbetje, het pientere meisje, zoekt en vindt haar weg tussen de dorpsbewoners. Haar bezoek aan de klanten maken we mee als in een film, en wij genieten van haar kwinkslagen. Bijzonder fijn zijn de figuren van de rustige vader en de wijze grootmoeder getekend. Het jonge levenslustige kind krijgt in Kampen kennis aan een jongeman. Als de omstandigheden hen tot een huwelijk nopen, weigert de jongeman haar te trouwen. Snibbetje vraagt geen medelijden voor zich, maar bepleit het recht van het kind om de naam van de vader te dragen. Er wordt een limiet gesteld en prompt op de 'vervaldag' vertrekt zij met het kind, ondanks het feit dat van zijn kant inmiddels de liefde tot haar is ontwaakt. De jongeman zoekt en... vindt haar. Maar men leze zelf deze verrassende roman. De schrijfster werd op het eiland geboren in 1900, en woonde later in Amsterdam, waar zij in 1963 overleed. 'Snibbetje' maakte haar in brede kring bekend