Wie zijn gat brandt....                         home
Terwijl ik dit schrijf, zit ik (Bert, Anno Domini 2000) op een dik kussen pijn te lijden, na een op zich geringe ingreep. Ik had nl. al jaren af en toe last van aambeien (ze zijn er weer, de zomerkoninkjes!) en tot voor kort kon ik ze altijd de baas met de bekende zalf. Maar dit keer verdwenen ze niet - integendeel de pijn en last werden steeds erger (d'r was gien zalve meer an te striek'n!).
De huisarts ging op onderzoek uit (steek een vinger in je gat, dan ruk je wat!) en constateerde dat er, behalve de aambeien, ook nog een scheurtje (een "frisuur" noemde hij het, alsof ik bij de kapper zat!) zat in de aanhechting van de endeldarm aan de anus. Het kon niet anders of er moest operatief ingegrepen worden...
Een afspraak was gauw gemaakt en binnen een week lag ik al op de operatietafel. Gelukkig weet ik daar weinig van, want de ingreep ging onder algehele narcose. Al had ik de opmerkingen van de dames en heren operateurs stiekem graag willen horen! 
Om twee uur  afgelopen vrijdag werd ik naar de operatiekamer gereden en om vijf uur was ik weer terug op zaal. Die zaal betrof een kamer op de kinderafdeling, waar ik - kennelijk wegens plaats- of personeelsgebrek - was gelegerd. Vanuit de recovery-room werd er dan ook naar de afdeling gebeld: "Jongetje Kramer kan weer worden opgehaald!".
Eerst was ik natuurlijk nog wat dizzy, maar toen mijn liefhebbende echtgenote aan het bed verscheen werd het meteen stukken beter en rond de klok van acht voelde ik me al weer een hele piet. Ik werkte 4 boterhammen naar binnen en dacht: ik stap zo uit bed en kan mee naar huis. Helaas, dat viel tegen. Ik zat nog vast aan een infuus en dat niet alleen: zuster Clivia was onverbiddelijk: éérst moest ik geplast hebben, voor er ook maar over naar huis gaan kon worden gepraat! En ziedaar het probleem: ik kon niet plassen. Ziet u het voor u: Lup Kramer, nog in ziekenhuistenue, met naast zich als een soort staf van Sinterklaas de standaard van het infuus, daarachter Hendriët en daarachter de zuster, in optocht naar het toilet. Die operatiepyjama was van achteren open, dus hoorde ik opmerken dat het "geen kijk" was, die blote billen steeds tussen die flappen doorglurend.
En terwijl ik op het toilet zat te persen en te puffen om maar te kunnen plassen, met die standaard tussen de deur, stonden Hendriët en de zuster gezellig voor de deur te kletsen over van alles en nog wat. Geen wonder dat het dan niet gaat. Ook de gebruikelijke stromende kraan bood geen soelaas.
Na diverse keren de gang naar Canossa te hebben gemaakt, werd mijn algehele toestand er niet beter op. Mijn bloeddruk daalde tot een absoluut dieptepunt (80 om 40!) en ik werd enorm misselijk.
"Ik geloof dat ik moet overgeven!"
Paniek voor de deur. En dan komen ze aanlopen met zo'n piepklein kartonnen bakkie! Dat ze daar in zo'n ziekenhuis nou niks anders voor uitvinden! Want natuurlijk ging de eerste golf er al rijkelijk overheen. Op de vloer, over m'n benen en - hoe gênant - ook over de benen van de beide dames.
Kortom: het draaide er op uit dat ik een nachtje mocht blijven: logies met ontbijt.
Het gekke is: de andere morgen stond ik vroeg op, douchte me en kondigde aan dat ik naar huis wilde. Niemand nam m'n bloeddruk op of maakte zich zorgen om m'n temperatuur, niemand vroeg me hoe het die nacht was gegaan en hoe het met de wond (of de kont) was, nee... ik kreeg zo de papieren mee en kon vertrekken!
En nu? Tja, men had me al gewaarschuwd: het is een bijzonder pijnlijk gebeuren na de operatie. En dat was niks te veel gezegd. De stoelgang is een ware martelgang!
Ondanks laxeermiddel en pijnstillers gaat de ontlasting er maar mondjesmaat (nou ja, mondjes...) langs en voelt het aan of ze er met scheermesjes in aan het zagen zijn!
Afijn, wie mooi wil zijn, moet pijn lijden, nietwaar? Dus voorlopig maar even niet op de fiets!
En zo beleef je nog es wat. Gelukkig heb ik een voortreffelijke vrouw aan mijn zijde, die me door de moeilijke uurtjes heen sleept. Anders zag ik er beslist geen gat meer in.....

Groeten,
Bert.

home