Waddentocht

Verslag van een Waddenzeiltocht.                     home

Deze zomer zijn we met ons schip de "Willemein" weer het Wad op geweest. Omdat het varen op tij en stroom toch wel iets aparts is, wil ik verslag doen van de heenreis naar Terschelling. Ik heb geprobeerd er geen technisch verhaal van te maken, maar bepaalde termen zijn onvermijdelijk. Bij gelegenheid wil ik die graag uitleggen als blijkt dat dat noodzakelijk is.

We hadden dit jaar tijdens een reünie van platboomde schepen (schepen zonder kiel, maar met zijzwaarden) een los-vaste afspraak gemaakt met mensen die hun vakantie in de zelfde periode hadden gepland. Uiteindelijk is het gelukt om ze allemaal bij elkaar te krijgen. Dat waren:

"Scamper" (Een Grundel van 8 meter; een ervaren Wadzeiler)
"Boeltje" (Een Enkhuizer bol van 7,35 meter, voor het derde jaar op het Wad)
"Willemein" (Een Zeeuwse schouw van 8 meter, voor het tweede jaar op het Wad)
"Duif" (Een Enkhuizer bol van 7,35 meter, voor het eerst op het Wad)
Van deze schepen is "Duif" het oudst (bouwjaar 1968 en nog met zware katoenen zeilen uitgerust), "Boeltje" en "Scamper" zijn uit het begin van de zeventiger jaren en de "Willemein" is in 1980 gebouwd.

Een dag van tevoren troffen we "Scamper"en "Boeltje" in Makkum. Het wachten was op de "Duif". Na telefonisch contact met de "Duif" (zowel de "Duif" als de "Willemein" hebben geen marifoon aan boord) bleek dat ze nog in Stavoren lag en de volgende dag rechtstreeks naar Kornwerderzand zou varen. We spraken af dat we om 12.00 uur gezamenlijk door de sluis van Kornwerd zouden worden geschut naar de zoute kant. Later kon niet, omdat het om 13.00 uur hoog water zou zijn. We konden dan voluit profiteren van het vallende water, dat een ebstroom oplevert richting Noordzee. En die kant wilden wij toevallig ook op!

Inderdaad ontmoetten we voor de sluis het vierde schip dat daar al lag te wachten. Het schutten verliep een beetje chaotisch: veel onervaren mensen die allemaal tegelijk de Waddenzee op wilden. Dit verschijnsel zouden we de komende dagen steeds weer opnieuw zien: als je een bepaalde bestemming kiest zijn er altijd een aantal schepen die tegelijkertijd vertrekken, het beste moment wordt niet bepaald door het feit dat het vroeg of laat op de dag is, maar door het tij!

De wind was NO, 4 Bft en tot halverwege zou de te volgen route 'bezeild' zijn zonder te hoeven laveren. Na een nogal hectisch begin vanwege een tamelijk hoge golfslag (bij hoog water is de Waddenzee één grote watervlakte en bij de heersende windrichting was dus de Afsluitdijk min of meer lager wal), onwennigheid en in het begin veel schepen om je heen, kregen we de smaak te pakken. Domweg achter de anderen aanvaren is natuurlijk niet zo leuk en weldra zouden de schepen ver uit elkaar liggen. Daarom bepaalden we aan de hand van de GPS waar we precies zaten. De GPS geeft de lengte- en breedtegraad aan van de positie van het schip en geeft tevens een kompaskoers en de afstand naar het volgende 'Waypoint'. Die waypoints had ik er de avond van tevoren al ingebracht. Dit jaar varen we voor het eerst met GPS, daarvoor deden we het alleen op zicht: met kaart en kompas. De GPS is een fantastisch navigatiemiddel, zeker als het zicht slecht wordt. De nauwkeurigheid is tegenwoordig 5 meter! Maar zonder dat moeten we ook kunnen varen. (elektronica kan defect raken)

De geulen die we volgden zijn betond, d.w.z. om de paar kilometer dobbert er een 'ton' (boei mag ook) met een nummer er op, en dat nummer vinden we terug op de kaart. Als het zicht minder wordt zie je al gauw de volgende ton niet meer en moet je toch weer terug vallen op je kompas en je GPS. Voorbereiden van een tocht is dan ook noodzakelijk. Als je eventueel een (oude) waterkaart te pakken kunt krijgen, zie je al die geulen aangegeven. Het zijn deels eeuwenoude namen en deels nieuwe, omdat er telkens nieuwe geulen ontstaan. We voeren via het 'Zuidoost-rak' het 'Inschot' in, volgden deze een aantal kilometers, staken dan de 'Vliestroom' over de 'Oost-Meep' in en voeren dan via de 'Slenk' naar Terschelling. Althans, dat was de bedoeling! Maar daarover later meer……..Het laatste stuk (Oost-Meep en Slenk) wordt ook gevolgd door de veerboten van rederij Doeksen. De Slenk was voor ons een omweg maar voor het alternatief (met de 'Vliestroom' mee het 'Schuitegat' in) stond er op de tijd dat wij daar aan zouden komen te weinig water. Eerder weggaan had natuurlijk ook gekund, maar dan zou er in het Zuidoost-Rak en in het Inschot nog een fikse tegenstroom staan. Het was dan immers nog opkomend tij! Je ziet, een hele planning, altijd rekenen en een klein beetje gokken.

Het eerste stuk was volledig bezeild. De "Willemein" en de "Duif" voeren al gauw een heel stuk vooruit en gingen mooi gelijk op. Het is fantastisch om anderen op dezelfde soort schepen bezig te zien, je steekt er veel van op maar houdt toch je eigen manier van varen. De "Boeltjen" had net een nieuwe botterfok die niet goed te zetten was en bleef achter. De "Scamper" bleef uit solidariteit bij hem in de buurt.

Halverwege 'Het Inschot' boog de geul verder af naar het noorden zodat we moesten laveren. ("kruisen" zeggen wij) Dat is een heel gedoe. Je probeert zover mogelijk buiten de geul door te varen om de 'slagen' zolang mogelijk te maken. Je moet dan inschatten hoeveel water er nog boven de zandbanken staat. (we voeren immers met de ebstroom mee en het water werd steeds lager)

We peilden veel met de pikhaak, waar ik om de halve meter met plakband gekleurde ringen had opgeplakt, zodat de waterdiepte goed in de gaten kon worden gehouden. Soms kon je ook de bodem goed zien als de zon in het water scheen. Onze diepgang is 53 cm. Het roer steekt daar nog 12 cm onder uit, dit zal in de meeste gevallen het eerst aan de grond lopen. Het roer is zodanig ingericht dat het naar boven kan schuiven, Dit soort roeren vindt je alleen op schepen van Zeeuwse oorsprong (Hoogaars, Hengst). We hebben ook een dieptemeter aan boord, maar deze heeft eigenlijk weinig zin aan boord van een platbodem: de meeste dieptemeters beginnen pas nauwkeurig te werken als er meer dan een halve meter water onder het schip staat.

Ondertussen moesten we ook nog zeilen, en het kompas, de GPS, de kaart en de tonnen in de gaten houden. Maar bij elke slag ging het beter en we kregen langzamerhand het gevoel dat de zaken onder controle waren en ………. we hadden er veel plezier in.

Om 16.30 uur een telefoontje uit de achterhoede: "De Scamper zit vast en komt niet meer los!". De "Boeltje" die de zaak wilde verkennen liep prompt ook vast bij ton IN8 (Inschot 8). We overlegden telefonisch met de "Duif". Dit schip wilde doorvaren naar Terschelling omdat ze deze dag al bijna 12 uur onderweg waren geweest en terugvaren betekende maar één ding: wachten op het volgende tij!

We besloten de zeilen te strijken, terug te varen naar de anderen en bij hen te blijven. Het was immers stabiel weer en hier was het allemaal om begonnen: droogvallen op het Wad! Voorzichtig peilend rondom het schip (de bodem mocht niet al te steil aflopen) lieten we de "Willemein" in de buurt van de achterblijvers vastlopen. Het mooiste moment op het Wad is het punt waarop de eerste zandbanken droogvallen. Op de foto is de "Willemein te zien" terwijl ze al aan de grond zit, met daarvoor een eerste streep zandbank met een rij wachtende vogels. Het is een harde zandbank, zodat er weinig te halen zal zijn. Op een meer slikkerige plaat zie je veel meer vogels en ook veel meer soorten. We hebben in onze vakantie zelfs een groep lepelaars van dichtbij bezig gezien, met die typische maaibeweging van hun snavels door de modder!

Terwijl het water verder wegzakte, klommen we bij elkaar aan boord om te overleggen. Het was op dat punt ca. 2,5 uur voor laag water. Er waren twee mogelijkheden:

a) Zodra we weer los zouden zijn (om ca. 21.30 uur) gaan varen richting Terschelling. Nadeel was dat de rest van de reis (een uur of vier op de motor) in het donker afgelegd moest worden en dat we midden in de nacht een onbekende haven zouden binnen lopen.

b) Uitrekenen hoelang je zou kunnen slapen voordat je weer vastzit en dan pas gaan varen. Op dat moment is het ook nog donker, maar het binnen lopen van de haven van Terschelling zou dan bij daglicht kunnen gebeuren.

Algemeen werd besloten voor optie b. Nu begon een hele berekening. De getijdentabellen werden geraadpleegd, omdat per tij ook nog eens een extra verhoging of verlaging kan plaatsvinden, e.e.a. afhankelijk van de zon- en maanstand en t.o.v. elkaar. Gelukkig hadden we 'Albert Einstein' bij ons in de vorm van de schipper van de "Scamper" die netjes voor ons uitrekende dat we de wekker om half drie moesten zetten en dan onmiddellijk peilen.

Vanuit de ander twee schepen werd van alles aangedragen voor een gezamenlijke maaltijd aan boord van de "Scamper". Ondertussen genoten we van het langzaam wegtrekken van het water, de vele vogels die met de waterlijn meeliepen voor de beste vangkansen op garnalen en schelpdieren, en van een prachtige zonsondergang. En dat alles in een vredige stilte. Ver weg hoorde je nog wat water stromen, af en toe hoorde je een vogel en verder niets, niets dan leegte en stilte……………….

Om half drie 's nachts begon het spektakel. De "Willemein" had nog voldoende water onder haar vlak (die was immers het laatst vastgelopen) maar de andere twee moesten onmiddellijk weg. Achteraf bleek dat de geschatte (halve) golfhoogte niet in de berekeningen was meegenomen.

Na het wennen aan het donker, (bijna volle maan), elkaars verlichting en de vele lichtjes op de Waddenzee gingen we op weg. Bij elke knik in een geul staat een verlichte ton. D.w.z. het licht knippert in een bepaald ritme: zoveel seconden aan en zoveel seconden uit. Deze gegevens vindt je op de kaart terug. Maar omdat het er zoveel zijn (bij goed zicht zie je ook de lichtboeien van de andere geulen knipperen) moet je terdege tellen (eenentwintig, twee-entwintig enz. enz.) en bij het licht van een zaklantaarn op de kaart een nieuwe koers uitzetten. Daarna weer wennen aan het donker enz.

Gelukkig hadden we goed zicht op de Brandaris, de vuurtoren van Terschelling. De zee lichtte af en toe op onder een prachtige sterrenhemel.

Met nog ongeveer 2 uur te varen in de richting van Terschelling, begon het in het oosten heel vaag licht te worden. En toen overkwam ons het mooiste wat op de Waddenzee kan gebeuren: de zonsopgang. Vaag begon de hemel in allerlei pasteltinten te kleuren en een rode bol kwam langzaam boven de horizon uit. We werden er helemaal stil van en lieten het over ons heen komen. Spontaan begon iemand de "Morgenstimmung" van Edward Grieg te neuriën. Onvergetelijk! Heel langzaam varend genoten we ervan, elkaar wijzend op dingen die je normaal niet ziet.

Om 07.00 uur bereikten we de haven van West-Terschelling. We besloten om buiten de haven voor anker te gaan (in voldoende diep water) en nog een paar uurtjes slaap te pakken. Om 11.00 uur liepen we de haven van West-Terschelling binnen.

Cees en Diny Kramer,
Scherpenzeel.

home